Vraag 5/9

Je gaat op vakantie. Jij mag kiezen uit twee landen. Wat doe je?

A: Ik denk er niet zo lang over na. Ik weet het meteen!

B: Ik wil eerst zoveel mogelijk over beide landen weten

C: Ik kijk waar ik het meeste aan heb

D: Ik zoek zoveel mogelijk afbeeldingen van de landen op

 

Naar antwoorden >