Vraag 4/9

Je hoort spannend verhaal. Je wilt het straks navertellen. Wat doe je?

A: Ik denk na of ik het verhaal ergens voor kan gebruiken

B: Ik vertel het maar geef er een eigen draai aan

C: Ik wil meteen mijn eigen verhaal bedenken

D: Ik vertel het verhaal zo precies mogelijk na

 

Naar antwoorden >